Last Updated 03/11/2026 published 03/11/2026 by Hans Smedema
Page Content
AAN DE VASTE COMMISSIE VOOR JUSTITIE EN VEILIGHEID VAN DE TWEEDE
KAMER DER STATEN-GENERAAL
PARLEMENTAIRE KENNISGEVING & DRINGEND VERZOEK
AAN DE VASTE COMMISSIE VOOR JUSTITIE EN VEILIGHEID VAN DE TWEEDE
KAMER DER STATEN-GENERAAL
AAN: Vaste Commissie voor Justitie en Veiligheid (t.a.v. Voorzitter en Commissieleden)
VAN: Ing. Hans Smedema B.Sc., persoonlijk en namens Stichting Smedema Redress (i.o.)
DATUM: 2 november 2026
BETREFT: Ontmanteling van Ambtelijke Misinformatie inzake UNCAT/VS-Interventies (2015–2017) & Aanbod
Aanvullend Memorandum ex art. 8:42 Awb (Zaak SGR 26/3092 BESLU)
REFERENTIE: Kamerstukken 2026Z08735 / 2026D19532 | Rechtbank Den Haag Zaak SGR 26/3092 BESLU
Geachte leden van de Vaste Commissie voor Justitie en Veiligheid,
Hierbij breng ik u formeel op de hoogte van een beslissende procesrechtelijke wending in de beroepsprocedure bij de Rechtbank Den Haag (zaaknummer SGR 26/3092 BESLU t.a.v. bestuursrechter mr. D. Ferreira de Matos), die direct raakt aan de wijze waarop uw Commissie en de Tweede Kamer door het Ministerie van Justitie en Veiligheid ambtelijk worden geïnformeerd.
Op 30 oktober 2026 is bij de Rechtbank Den Haag een formeel Aanvullend Memorandum (Incidenteel Bewijsverzoek Verbrede Grondslag ex art. 8:42 jo. 8:45 Awb) ingediend. Dit memorandum ontmantelt de ambtelijke ontsnappingsroute die het Ministerie van Justitie hanteert om parlementaire en rechterlijke controle te ontduiken.
1. Waar het Ministerie de Kamer en de Burger Misleidt
In het Woo-besluit van 17 maart 2025 (kenmerk DJ 6222136) heeft het Ministerie van Justitie en Veiligheid schriftelijk beweerd dat er ‘geen documenten zijn aangetroffen’ over een VN-martelingsprocedure of diplomatieke interventie uit 2017. Deze mededeling berust op een semantische en administratieve
valstrik:
De Ambtelijke Woordspeling: Het Ministerie heeft de zoekopdracht administratief zo eng geformuleerd dat uitsluitend is gezocht naar een formeel geregistreerde ‘Artikel 21 UNCAT Staat-tegen-Staat klacht’ in de openbare VN-registers te Genève. Omdat bilaterale diplomatieke demarches en VN Speciale Procedures (UNHRC) in de onderzoeksfase strikt vertrouwelijk verlopen, stelde het Ministerie dat er ‘niets bestaat’.
In werkelijkheid berusten op het Departement en bij de Landsadvocaat wel degelijk de State Visit Briefing Notes van 1 juni 2015, de bilaterale demarches van het US Department of Justice (DOJ) / Department of State (DOS) rondom vlucht KL602 (maart 2017) en het schikkingsadvies van voormalig Landsadvocaat mr.
G.J.H. Houtzagers uit mei 2017.
2. De Vordering bij de Bestuursrechter Den Haag
Met het ingediende Aanvullend Memorandum is bestuursrechter mr. D. Ferreira de Matos verzocht om het Ministerie van Justitie en Veiligheid ex artikel 8:42 jo. 8:45 Awb te bevelen álle vertrouwelijke correspondentie, notities en adviezen over de Amerikaanse en VN-interventies (2015–2017) over te leggen. Indien de Staat volhardt in de weigering deze archieven te declassificeren, is de rechtbank verzocht om op grond van artikel 8:31 Awb (Nemo auditur propriam turpitudinem allegans) de gecreëerde bewijsnood ten nadele van de Staat toe te rekenen en eisers inhoudelijke stellingen (inclusief het recht op de maximale
Schadefonds-tegemoetkoming van Letselcategorie 6) onvoorwaardelijk als rechtens vaststaand aan te nemen.
3. Concrete Kamervragen voor het Parlementaire Debat
Om te voorkomen dat de volksvertegenwoordiging door ambtelijke woordspelingen om de tuin wordt geleid, verzoek ik uw Commissie dringend om Minister van Justitie en Veiligheid David van Weel en Minister-President Rob Jetten de volgende vier concrete vragen voor te leggen:
Vraag 1: Is de Minister bekend met het op 30 oktober 2026 ingediende Aanvullend Memorandum ex art. 8:42 Awb bij de Rechtbank Den Haag in zaak SGR 26/3092 BESLU?
Vraag 2: Kan de Minister onder ede uitsluiten dat er in de periode 2015–2017 enige vorm van bilaterale correspondentie, diplomatieke notificatie of VN Speciale Procedure (UNHRC) tussen de Verenigde Staten en Nederland heeft plaatsgevonden over de casus-Smedema?
Vraag 3: Berusten er bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid, Buitenlandse Zaken of de Landsadvocaat (Pels Rijcken) adviesnota’s of correspondentie van voormalig Landsadvocaat mr. G.J.H. Houtzagers uit mei 2017 inzake een schikking in deze casus?
Vraag 4: Is de Minister bereid deze geclassificeerde dossiers onverwijld aan de Rechtbank Den Haag en de Tweede Kamer over te leggen, om te voorkomen dat de bestuursrechter ex art. 8:31 Awb de Staat veroordeelt wegens ambtelijke bewijs verduistering (art. 361 Sr)?
4. Verzoek tot Agendering en Afschrift
Bijgaand ontvangt uw Commissie een afschrift van het op 30 oktober 2026 bij de Rechtbank Den Haag ingediende Aanvullend Memorandum ter agendering in uw eerstvolgende commissievergadering. Het parlementaire toezicht is onmisbaar om te garanderen dat de Grondwet en de internationale verdragen (UNCAT/EVRM) binnen de Nederlandse rechtsstaat worden geëerbiedigd.
Hoogachtend,
Ing. Hans Smedema B.Sc.
Persoonlijk en namens Stichting Smedema Redress (i.o.)
Resident in L’Alfàs del Pi (Alicante), Spanje
