NADERE MEMORIE VAN GRONDEN EN INDIENING CONTEMPORAIN BEWIJSSTUK INZAKE STAATSOBSTRUCTIE
Aan de Rechtbank Den Haag Afdeling Bestuursrecht, Team 2
T.a.v. de heer D. Ferreira de Matos, Prins Clauslaan 60, 2595 AJ Den Haag
Betreft: Indiening van cruciaal nieuw bewijsmateriaal en aanvullende gronden
Zaaknummer: SGR 26 / 3092 BESLU
Eiser: Ing. Hans Smedema
Verweerder: Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG), Besluit 2025/546585
Datum: 21 mei 2026
NADERE MEMORIE VAN GRONDEN EN INDIENING CONTEMPORAIN BEWIJSSTUK INZAKE STAATSOBSTRUCTIE
Edelachtbare Heer,
In het kader van mijn lopende beroepsprocedure tegen de afwijzing van het Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG), leg ik hierbij een uiterst cruciaal, nieuw en onweerlegbaar bewijsstuk aan uw rechtbank over. Dit document bewijst onomstotelijk de actieve en voortdurende staat obstructie in mijn casus en vormt de definitieve juridische onderbouwing voor mijn beroep op ‘gekwalificeerde bewijsnood’ en de ‘hardheidsclausule’.
- Het Nieuwe Bewijsstuk (De Feiten)
Het betreft een officiële e-mail van de Directeur van het Kabinet van de Koning, Mw. mr. M. Beuker, gedateerd 20 mei 2026, met kenmerk: REK2026000383.
Dit schrijven is de formele, hoogste ambtelijke reactie op mijn brandbrief/verzoekschrift ex Artikel 5 van de Grondwet, ingediend op 24 februari 2026, gericht aan Zijne Majesteit de Koning 3. In dit verzoekschrift heb ik de Kroon expliciet verzocht om in te grijpen in de institutionele obstructie door het Ministerie van Justitie en Veiligheid, waaronder het vrijgeven van het onrechtmatige Koninklijk Besluit uit 1972/1973, het opheffen van mijn ‘burgerlijke dood’, en het verstrekken van de achtergehouden politiedossiers (waaronder de obstructie van rechercheur H. Bruinsma in april 2004) die de CSG nu van mij eist.
In haar reactie namens de Koning stelt de Directeur van het Kabinet: “Tot mijn spijt moet ik u meedelen dat niet aan uw verzoek kan worden voldaan aangezien de Koning zich niet kan mengen in gerechtelijke uitspraken. Uit de bij uw brief gevoegde bijlagen blijkt dat u tegen de betreffende uitspraak hoger beroep heeft ingesteld. U heeft hiermee de juiste weg bewandeld.”
- Juridische Waarde en Consequenties voor Zaak SGR 26/3092 BESLU
Dit document transformeert mijn betoog van een historische aanklacht naar een verifieerbare, hedendaagse constatering van falend staatsrecht. Het heeft de volgende vernietigende consequenties voor het bestreden besluit van het CSG:
- Het Definitieve Bewijs van de ‘Kafkaëske Val’ (Schending Art. 13 EVRM)
Het CSG (een orgaan van de Staat) weigert mijn uitkering met als enige argument dat ik geen “objectieve informatie” zoals een proces-verbaal van de politie kan overleggen. Ik heb echter aangetoond dat ditzelfde Ministerie van Justitie de politie in 2004 expliciet verbood om dat proces-verbaal op te maken. De brief van het Kabinet van de Koning sluit deze val nu definitief: het hoogste orgaan van de Staat weigert de staatsgeheime documenten vrij te geven of in te grijpen in de obstructie, maar vertelt mij dat ik bij de bestuursrechter “de juiste weg” bewandel. De Staat dwingt mij hiermee te procederen in een systeem dat zij zelf actief van bewijs heeft ontdaan. Dit is het absolute bewijs van het ontbreken van een effectief rechtsmiddel (Artikel 13 EVRM).
- Gekwalificeerde Bewijsnood en Omkering van de Bewijslast
In het bestuursrecht rust de bewijslast primair op de aanvrager. Echter, dit e-mailbericht bewijst dat ik verkeer in een staat van gekwalificeerde bewijsnood. De weigering van het Kabinet van de Koning om transparantie te verschaffen, toont aan dat het ontbreken van “objectief bewijs” in het CSG-dossier geen nalatigheid van de aanvrager is, maar een bewuste, door de Staat gehandhaafde realiteit. In een dergelijke asymmetrische machtsverhouding verplicht de jurisprudentie uw rechtbank om de bewijslast om te keren en de bewijsnood toe te rekenen aan het bestuursorgaan.
- Toepassing van het beginsel Nemo auditur propriam turpitudinem allegans
De Staat mag rechtens niet profiteren van haar eigen onrechtmatig handelen. De CSG mag mijn claim niet afwijzen wegens het ontbreken van een politierapport, terwijl de brief van het Kabinet van de Koning illustreert dat de Staat als geheel weigert de verantwoordelijkheid te nemen voor het illegale verbod op verbalisering dat in 2004 door het Ministerie van Justitie is opgelegd. De Staat is hierdoor gebonden aan de doctrine van ‘Estoppel’; het CSG mag zich niet meer beroepen op de afwezigheid van documenten die door staatsactoren zijn vernietigd of verborgen.
- Noodzaak tot Volle Toetsing en de Hardheidsclausule
De documentatie en deze nieuwe brief dwingen de Rechtbank tot een “indringende, volle toetsing” van het evenredigheidsbeginsel, geheel in lijn met de nieuwe rechtsstatelijke vereisten na de Toeslagenaffaire. Het is evident onevenredig en onredelijk dat het CSG de hardheidsclausule weigert toe te passen, wanneer ik het slachtoffer ben van formele staats obstructie tot op het niveau van het Kabinet van de Koning.
- Conclusie en Petitum
De reactie van het Kabinet van de Koning (REK2026000383) stelt onomstotelijk vast dat de belemmeringen in mijn dossier geen procedures van het verleden zijn, maar een hedendaagse voortzetting van staats capture.
Ik verzoek de Rechtbank Den Haag dan ook uitdrukkelijk om:
- Dit document (REK2026000383) formeel op te nemen als steunbewijs voor de actieve staat obstructie.
- Vast te stellen dat het CSG in strijd met het fair play-beginsel en het vertrouwensbeginsel heeft gehandeld door bewijs te eisen dat de Staat zelf achterhoudt.
- Het bestreden besluit van het CSG d.d. 19 februari 2026 te vernietigen, de hardheidsclausule toe te passen wegens bewezen overmacht, en de schadevergoeding van Categorie 6 (€35.000) conform situatie in 2025 (!) direct toe te kennen verhoogd met rente. Of indien juridisch onmogelijk als Schadevergoeding van de regels uit oorspronkelijke afwijzing in 2025, naar 2026 toe te voegen.
- Betaling Griffierecht en de directe samenhang met Bijlage 15 (Audio-bewijs Bruinsma)
Allereerst bevestig ik de Rechtbank dat ik heden, 21 mei 2026, het verschuldigde griffierecht ad €200,- (betalingskenmerk 4000 8591 0480 5508) heb voldaan. Daarmee is de tijdelijke liquiditeits kloof, direct veroorzaakt door de onrechtmatige onmogelijkheid om gesubsidieerde rechtsbijstand te verkrijgen door blokkade advocatuur in deze complexe staatszaak, overbrugd en is aan de formele vereisten voldaan.
Inhoudelijk wijs ik de Rechtbank er met klem op dat de vandaag overlegde e-mail van het Kabinet van de Koning (REK2026000383) niet in een vacuüm bestaat. Het vormt het definitieve, hedendaagse sluitstuk van de actieve staat obstructie.
Ik verwijs uw rechtbank hiervoor expliciet terug naar Bijlage 15 uit mijn oorspronkelijke CSG-dossier: de objectieve audio-opname d.d. 2 augustus 2004 tussen mijn toenmalige echtgenote en zedenrechercheur Haye Bruinsma. In deze opname erkent rechercheur Bruinsma hoorbaar dat het door mij aangeleverde bewijsdossier buiten zijn macht om is overgedragen naar het Parket Leeuwarden en dat hij van hogerhand de controle over de zaak is ontnomen.
Waar Bijlage 15 het onomstotelijke bewijs levert dat het Ministerie van Justitie de obstructie en de bewijsnood in 2004 initieerde door verbalisering te verbieden, levert het nieuwe document REK2026000383 het bewijs dat de Staat deze obstructie anno 2026 tot op het hoogste constitutionele niveau weigert op te heffen.
De Staat heeft de ‘Kafkaëske Val’ zelf gecreëerd en weigert deze nu te ontmantelen.”
Hoogachtend,
Ing. Hans Smedema
Carrer Manuel de Falla 4 – 2B, 03581 L’Alfàs del Pi, Alicante, Spanje
Bijlage ingesloten bij deze memorie:
- Document van Kabinet van de Koning (Kenmerk: REK2026000383) d.d. 20 mei 2026.
