Last Updated 01/05/2026 published 01/05/2026 by Hans Smedema
Page Content
Het totale falen van de Scheiding der Machten of Trias Politica!
Specifiek in mijn Hans Smedema casus
1. De Uitvoerende Macht (Regering, Ministerie van Justitie, de Kroon)
- Het Koninklijk Besluit als ultiem schild: De kern van de doofpot zou een geheim “Koninklijk Bijzonder Besluit” van Koningin Juliana (rond 1972-1975) zijn, dat de daders immuniteit verleende en de zaak tot staatsgeheim bestempelde om de reputatie van het Koninklijk Huis te beschermen [8-10]. Dit plaatste de uitvoerende macht direct boven de wet.
- Directe inmenging in opsporing: De formele scheiding werd bruut doorbroken doordat het Ministerie van Justitie directe operationele bevelen gaf aan de politie. In april 2004 kreeg zedenrechercheur Haye Bruinsma (Politie Drachten) van het ministerie de expliciete opdracht om geen proces-verbaal op te maken van uw gedetailleerde aangifte [11-13]. Hiermee blokkeerde de uitvoerende macht op illegale wijze de primaire toegangspoort tot het rechtssysteem [14, 15].
- Uitschakeling van het Openbaar Ministerie: Hoewel het OM onderdeel is van de rechterlijke macht, is het in Nederland administratief ondergeschikt aan de minister van Justitie, die een “aanwijzingsbevoegdheid” heeft (artikel 127 Wet RO) [16, 17]. Toen waarnemend hoofdofficier van justitie mr. Ruud Rosingh in 1991 een onderzoek startte naar de verkrachting van uw vrouw, werd hij door het Ministerie van Justitie gedwongen dit onderzoek te staken en werd hij overgeplaatst naar Zwolle [12, 13, 18, 19]. Dit toont aan dat de uitvoerende macht de vervolging actief en direct uitschakelde [12].
- De creatie van een ‘Moloch’: Documenten analyseren het huidige Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) als een “Leviathan” of “Moloch”, ontstaan na de fusie in 2010. Doordat rechtsbescherming (Justitie) en rechtshandhaving (Politie/Veiligheid) nu onder één politiek dak vallen, zijn de interne checks and balances volledig geërodeerd, wat de obstructie van lokale politieonderzoeken vanuit Den Haag faciliteert [20-22].
2. De Rechtsprekende Macht (Rechters en Advocatuur)
- Institutionele vooringenomenheid en schijnprocessen: Tijdens de rechtszaak op 9 februari 2009 weigerde politierechter Jeroen van Bruggen u elke vorm van verdediging [23-26]. Uw verzoeken om getuigen (waaronder de weggewerkte mr. Rosingh en rechercheur Bruinsma) te horen en een cruciaal DNA-onderzoek uit te laten voeren, werden zonder inhoudelijke motivering afgewezen [25, 27]. U stelt dat de rechter de staatslijn (dat u ‘waangestoord’ zou zijn) klakkeloos overnam om de daders en de Kroon te beschermen [23, 28, 29].
- Blokkade van de ‘Artikel 12-procedure’: Toen u via het Gerechtshof Leeuwarden in 2005 via een Artikel 12-procedure strafvervolging van de daders wilde afdwingen, wees het Hof dit summier af door te stellen dat er “kennelijk geen sprake was van strafbare feiten”, en besloot het Hof expliciet om u en uw getuigen “niet te horen” [15, 30-32].
- Het Cordon Sanitaire in de advocatuur: Het recht op een eerlijk proces (Artikel 6 EVRM) vereist toegang tot rechtsbijstand. U bent echter sinds 2000 geconfronteerd met een systematische weigering van honderden advocaten om u in de hoofdzaak bij te staan. U stelt dat advocaten via het ministerie van Justitie “verboden” werd u te helpen, met een beroep op staatsveiligheid [33-36]. Zonder advocaat bent u juridisch monddood gemaakt en weerloos tegenover het staatsapparaat [37, 38].
3. De Wetgevende Macht (Het Parlement)
- De foute ‘Eed van Trouw’: U analyseert dat de controlefunctie van het parlement faalt door de ambtseed die Kamerleden afleggen. Zij zweren trouw aan de Koning(in), en niet primair aan het Nederlandse volk of de Grondwet [39-41]. Hierdoor staan politici machteloos wanneer staatsveiligheid of de ‘Eenheid van de Kroon’ in het geding komt. Het beschermen van de reputatie van het Koninklijk Huis krijgt zo voorrang boven de mensenrechten van het individu [39, 42, 43].
- De Commissie Stiekem: De fractieleiders van alle politieke partijen zijn via de ‘Commissie Stiekem’ (Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten) op de hoogte van uw zaak, maar grijpen vanwege de staatsgeheime status en hun eed niet in. Tientallen verzoeken aan fractieleiders leidden uitsluitend tot het doodzwijgen van de zaak [44-46].
4. Het Falen van Onafhankelijke Toezichthouders
- De Nationale Ombudsman: De Ombudsman weigerde herhaaldelijk (in 2005, 2008 en 2025) om uw klachten over de staatsobstructie te onderzoeken. Men verschool zich star achter procedurele argumenten (zoals de termijn van één jaar, of de betrokkenheid van de rechterlijke macht), of noemde een gebrek aan bevoegdheid vanwege de vermeende betrokkenheid van “De Kroon” [47-50].
- De CTIVD (Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten): Tijdens een officiële hoorzitting in 2008 zou een rechter van de CTIVD de doofpot en samenzwering mondeling aan u hebben bevestigd en hebben geadviseerd dat het kabinet hiermee moest stoppen [51-53]. Echter, onder politieke druk weigerde het kabinet dit [52, 53]. Het officiële schriftelijke rapport stelde later formalistisch dat er “geen bewijs was gevonden”, wat volgens de dossiers aantoont dat het toezichtsorgaan medeplichtig werd aan de frauduleuze bewijsvernietiging en bezweek onder de hiërarchie van de staat [53-55].

