Hoe de totale Nederlandse Advocatuur Slachtoffer Hans Smedema de verplichte toegang tot de Rechter 22 jaar lang blokkeerde!

Copyrights by Hans Smedema on this whole True Crime Legal-Blog!

Last Updated 28/10/2026 published 28/10/2026 by Hans Smedema

Hoe de totale Nederlandse Advocatuur Slachtoffer Hans Smedema de verplichte toegang tot de Rechter 22 jaar lang blokkeerde!

Het is niet te geloven maar toch waar gebeurd en als slechts 1 Advocaat in 2004 even intensief met Hans Smedema had gesproken en zoals verplicht hoor en wederhoor had toegepast, had ik niet 29 maanden lang volkomen onschuldig in detentie gezeten! 15 maanden wegens asiel aanvragen in 2009, 2013/14 waarbij 2009 zelfs werd heropend, en 2016/17 waarbij het mij aangeboden asiel op 15 maart 2017 door KLM Co-Piloot Koning Willem Alexander boven Montana Amerika sluw werd geblokkeerd.

Hier wat een Slachtoffer van Ministerie van (geen) Justitie allemaal moet doen om een kans op wellicht wel een Advocaat in een document voor de geschiedschrijving vast te leggen.  Enkel door AI en hier specifiek Google Gemini en Notebook, kreeg ik wel objectief op mijn enorme database met alle gebeurtenissen schriftelijk vastgelegd in inmiddels 880+ Posts inclusief direct in te zien bewijzen of gemakkelijk te controleren criminele feiten.

The Smedema Evidence Vault: Comprehensive Forensic Legal Analysis of Crucial Evidentiary Exhibits

Onderstaande verzoek van 10 pagina’s is op dinsdag 27 Oktober 2026 schriftelijk bij de Deken Den Haag ingediend.

TWEEDE VERZOEKSCHRIFT EX ARTIKEL 13 ADVOCATENWET

(GEFASEERDE AANWIJZING FASE 1 – VERSIE V15 PERFECTED)

 

Inclusief Digitale Bewijskluis (Evidence Vault), Nova 2026, Deelopdracht ex Art. 7:400 lid 2 BW jo. Gedragsregel 13, NOvA/Voda-Waarborgen & WORb-Maatwerk Begroting (Par. 1.8 Beleidswijzer Extra Uren)

 

AAN: De Deken van de Orde van Advocaten in het Arrondissement Den Haag, Prinses Beatrixlaan 5, 2595 AK Den Haag

 

VAN: Ing. Hans Smedema, in persoon (pro se) | Residerend te L’Alfàs del Pi (Alicante), Spanje

 

E-mail: [email protected]

 

DATUM: 25 oktober 2026

 

BETREFT: Tweede Verzoekschrift ex Art. 13 AW (Eerste Verzoek Zaak 2531141 / Nova 2026, Deontologische Marktfaling & Evidence Vault)

 

I. DOSSIER HISTORIE, ZAAK 2531141 & FORMELE NOVA (ECLI:NL:TAHVD:2026:115)

 

1.1. Het Eerste Artikel 13-Verzoek (Zaak 2531141, Beslissing 18 november 2025): Verzoeker, Ing. Hans Smedema, heeft in november 2025 een eerste verzoek ex Art. 13 AW ingediend bij de Deken van de Orde van Advocaten Den Haag (mw. mr. I. Aardoom-Fuchs), geregistreerd onder zaaknummer 2531141. Op 18 november 2025 heeft de Deken dit verzoek afgewezen op de reguliere marginale toetsingsgrond dat de vordering tegen de Staat der Nederlanden “onvoldoende onderbouwd” zou zijn.

 

1.2. Bestuurlijke Sluiting Eerste Dossier (22 september 2026): In het kader van de tuchtklacht tegen Landsadvocaat mr. R.W. Veldhuis (Zaak K384 2026) heeft stafjurist mw. mr. T.R. de Boer van het Bureau van de Orde van Advocaten Den Haag op 22 september 2026 schriftelijk aan verzoeker bevestigd dat het eerste Artikel 13-dossier (2531141) d.d. 18 november 2025 definitief gesloten is. Daarmee ligt de weg formeel en bestuurlijk vrij voor dit volledig nieuwe, Tweede Verzoekschrift ex Art. 13 AW.

 

1.3. Rechtsgrond en Formele Nova voor dit Tweede Verzoekschrift (ECLI:NL:TAHVD:2026:115 & 329): Verzoeker onderkent dat volgens de vaste rechtspraak van het Hof van Discipline (waaronder HvD 20 april 2026, ECLI:NL:TAHVD:2026:115 en HvD 19 oktober 2026, ECLI:NL:TAHVD:2026:329) voor een herhaald verzoek sprake dient te zijn van nieuwe feiten of omstandigheden (nova) die na de eerdere afwijzing van 18 november 2025 zijn opgekomen. Aan deze maatstaf wordt onverkort voldaan door de volgende vijf objectieve nova uit 2026:

 

  • Nieuwe Weigeringen op Vrije Markt (Zaak 2618197 & Zaak 2623240): De meest recente schriftelijke weigeringen in oktober 2026 van mr. Frank Penders (Zaak 2618197, Deken Amsterdam) en mr. Nicoline Rijken (OTIS Legal Group, Zaaknummer 2623240, waarin de Deken Zeeland-West-Brabant op 20 oktober 2026 een formeel toezicht onderzoek is gestart) bewijzen dat het cordon sanitaire en het structurele marktfalen op de vrije advocaten markt in 2026 onverminderd voortduren.

 

  • Het CTIVD-Klachtdossier (13 april 2026): Het schriftelijke Klacht Besluit van mw. Addie Stehouwer (Voorzitter Afdeling Klachtbehandeling CTIVD) d.d. 13 april 2026 toont aan dat de nationale toezicht route definitief is uitgeput, terwijl het wettelijk vernietiging verbod (Wiv 2017) de AIVD/BVD-archiefstukken gedurende aanhangige procedures van rechtswege tegen vernietiging beschermt.

 

  • Vier Incidentele Bewijs Verzoeken (Oktober 2026): In de aanhangige beroepszaak SGR 26/3092 BESLU bij de Rechtbank Den Haag zijn tussen 5 en 23 oktober 2026 vier incidentele bewijs verzoeken ex Art. 8:42 jo. 8:45 jo. 8:31 Awb ingediend ter afdwinging van het ongecensureerde CTIVD-dossier 2008, het UNCAT 2017-dossier en de Omerta-archieven.

 

  • Vernieuwd Civiel Inzagerecht & Hoge Raad-Precedent (2025/2026): Het per 1 januari 2025 in werking getreden civiele inzagerecht (Art. 194-196 Rv, “inzage, tenzij”) jo. HR 10 april 2026 (ECLI:NL:HR:2026:571) inzake de dwingende sancties op overheidsverzwijging bieden een directe nieuwe procesingang met hoge slagingskans.

 

  • Twee Actieve UNCAT-Procedures & EHRM-Escalatie: De procesrechtelijke noodzaak tot overname en coördinatie van de twee actieve VN-Antifolterprocedures (WUR/25656 t.o.v. Nederland & ID WUR33438 t.o.v. Spanje) en de dwingende escalatie naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM te Straatsburg) bij verdere statelijke obstructie.

 

I.4 Causaal Verband: 29 Maanden Onschuldige Detentie door het Cordon Sanitaire:

 

Verzoeker benadrukt dat het opzettelijk in stand houden van het *cordon sanitaire* geen abstracte procedurele kwestie is, maar tot acute en ingrijpende vrijheidsbeneming heeft geleid. Het onthouden van een toegewezen advocaat sinds 2004 heeft er rechtstreeks toe geleid dat verzoeker in totaal **29 maanden onschuldig in detentie** heeft moeten doorbrengen (15 maanden in de VS gedurende drie politieke asielaanvragen en 14 maanden in Nederland wegens veroordelingen zonder effectieve verdediging). Indien verzoeker reeds in april 2004 — toen rechercheur Haye Bruinsma van de politie Drachten het opmaken van een proces-verbaal formeel weigerde — over een advocaat had kunnen beschikken, zou deze overheids obstructie direct via een Artikel 12 Sv-procedure of civiel kort geding zijn gecorrigeerd. Daarmee zou de noodzaak tot het zoeken van buitenlandse bescherming én de daaropvolgende vervolging voor “belediging” volledig zijn voorkomen.

 

II. TOETSINGSKADER, SUPRANATIONALE DOORBREKING & DEONTOLOGISCHE MARKTFALING

 

II.1. Effective Access to Court & Doorbreking ex Art. 94 Grondwet (Artikel 6 EVRM & Art. 17 Grondwet): Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens oordeelt in vaste rechtspraak (EHRM Golder t. VK, EHRM Airey t. Ierland, NJ 1980/376 en EHRM Steel & Morris t. VK) dat het recht op toegang tot de rechter praktisch en effectief moet zijn. Waar in de civiele vorderingen tegen de Staat bij de Rechtbank Den Haag (voorlopige bewijsverrichtingen en inzage ex Art. 194-196 Rv en onrechtmatige overheidsdaad > EUR 25.000,-) directe verplichte procesvertegenwoordiging geldt ex Art. 79 Rv, bepaalt het Airey-arrest dat óók voor het connexe bestuursrechtelijke luik (SGR 26/3092 BESLU) en het besloten MijnRvR-portaal het onthouden van een advocaat artikel 6 lid 1 EVRM schendt wegens de buitengewone procesrechtelijke complexiteit, de inzet van staatsgeheim en de ernstige medische en dissociatieve gevolgen van het staats optreden. Aangezien de Staat verzoeker in een toestand van Burgerlijke Dood (Civiliter Mortuus – Art. 16 IVBPR) houdt door een stelselmatig cordon sanitaire, dient ingevolge Artikel 94 Grondwet elke binnenlandse beperking in artikel 13 lid 1 AW buiten toepassing te blijven voor zover deze afbreuk doet aan artikel 6 EVRM en artikel 47 EU-Handvest (vgl. HvD 2026, ECLI:NL:TAHVD:2026:244 inzake de artikelen 2, 3, 4, 6 en 13 EVRM).

De urgentie van dit verzoek wordt onderstreept door het feit dat het voortdurende gebrek aan rechtsbijstand heeft geleid tot een cumulatieve vrijheidsbeneming van* **29 maanden onschuldige detentie (15 maanden in Amerikaanse vreemdelingendetentie en 14 maanden in Nederlandse strafinrichtingen). Dit illustreert de extreme fysieke en materiële schade die ontstaat wanneer een burger tegen de macht van de Staat verstoken blijft van verplichte procesvertegenwoordiging.

 

II.2. Effectief Rechtsmiddel, Del Sol-Criterium & Estoppel (Artikel 13 EVRM & Art. 47 EU-Handvest): Volgens EHRM 26 februari 2002, Del Sol t. Frankrijk (35 EHRR 38) mag een voorafgaande poortwachterstoets op de “kans van slagen” (prospect of success) nimmer willekeurig zijn en nooit het wezen (the very essence) van het recht op toegang tot de rechter aantasten. Onder het rechtsbeginsel “Nemo auditur propriam turpitudinem allegans” en de recente beslissing van het Hof van Discipline van 22 juni 2026 (ECLI:NL:TAHVD:2026:185) mag de Deken een verzoek niet afwijzen wegens “onvoldoende bewijs” of beweerde verjaring wanneer de Staat zelf in augustus 2004 (rechercheur Bruinsma) het opmaken van een proces-verbaal formeel heeft verboden en de primaire dossiers achterhoudt. Daarbij rust de civiele vordering (gestuit ex Art. 3:317 BW) op de voortdurende onrechtmatige daad (ongoing tort) van stelselmatige onderzoeks weigering vanaf 2000 tot heden, waarmee elk verjaringsverweer is geneutraliseerd.

 

II.3. Niet-Discretionaire Verplichtingen onder UNCAT (Artikelen 12, 13 en 14): Onder het VN-Antifolterverdrag (UNCAT) jo. General Comment No. 3 (CAT/C/GC/3) rust op de Staat een niet-discretionaire plicht tot prompt en onpartijdig onderzoek (Art. 12), klachtbehandeling zonder intimidatie (Art. 13) en de waarborging van zowel de jure als de facto toegang tot civiele en bestuursrechtelijke herstelprocedures voor volledige rehabilitatie (Art. 14). Nationale procedurele drempels mogen deze volkenrechtelijke rechten nimmer neutraliseren.

 

II.4. Het Russische Staat-Precedent & Territoriale Bevoegdheid Deken Den Haag:

 

  1. Russische Staat-Precedent (Hof van Discipline juli 2022): Het Hof van Discipline overwoog in de zaak inzake de Russische Staat (Advocatenblad 2022/7; Mr. Online 3 okt 2022) dat de waarborgfunctie van de advocatuur en artikel 6 EVRM dwingen tot aanwijzing van een advocaat zodra verplichte procesvertegenwoordiging geldt, en dat dit recht zwaarder weegt dan maatschappelijke weerstand of politieke gevoeligheid. Politieke gevoeligheid rondom de Nederlandse Staat is nimmer een “gegronde reden” ex Art. 13 lid 2 AW om aanwijzing te weigeren.

 

  1. Exclusieve Territoriale Bevoegdheid (ECLI:NL:TAHVD:2022:134): In ECLI:NL:TAHVD:2022:134 besliste het Hof van Discipline dat een verzoek ex Art. 13 AW dwingend moet worden ingediend bij de Deken in het arrondissement “waar de zaak moet dienen”. Aangezien de gedaagde Staat der Nederlanden en de Rechtbank Den Haag in Den Haag zetelen, is uitsluitend de Deken Den Haag bevoegd, ook nu de recente weigeringen van mr. Penders en mr. Rijken plaatsvonden in de arrondissementen Amsterdam en Zeeland-West-Brabant.

 

II.5. Waarborgfunctie voor Pro Se Rechtzoekende (HvD Oktober 2021): Het Hof van Discipline heeft in oktober 2021 (Advocatenblad 21 okt 2021) expliciet geoordeeld dat het toetsingskader van artikel 13 AW geen ruimte biedt om het opleidingsniveau van een rechtzoekende of het feit dat hij zelf juridische concepten en processtukken opstelt tegen hem te laten meewegen. De Deken mag niet stellen dat verzoeker het “zelf wel afkan”.

 

II.6. Deontologische Analyse van het Marktfalen & Activering Waarborgfunctie Deken: De honderden weigeringen van advocaten op de vrije markt — tot en met de weigeringen in oktober 2026 van OTIS Legal Group (mr. Rijken) en mr. Penders — zijn niet het gevolg van een gebrek aan juridische merites, maar het directe gevolg van een cumulatief deontologisch en verzekeringstechnisch blokkeermechanisme:

 

  • Cumulatie van Tuchtrechtelijke Normen: Vrijgevestigde advocaten worden geconfronteerd met de gelijktijdige werking van het dominus litis-beginsel (Gedragsregel 1 en 13), de verzwaarde onderzoeksplicht bij door de overheid gecreëerde rode vlaggen (Gedragsregel 8), het strikte verbod om als “postbusadvocaat” op te treden (HvD ECLI:NL:TAHVD:2018:100), én de strenge AI-verificatie- en geheimhoudingsregels van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA-richtlijn december 2025) en de Spaanse Orde van Advocaten (CGAE Circular 3/2026).

 

  • Onverzekerbaarheid als Vrije Bodem Opdracht: Voor een vrijgevestigde advocaat is het deontologisch en bedrijfseconomisch onmogelijk om een vierenvijftigjarig dossier als onbeperkte bodem opdracht op de vrije markt vrijwillig te aanvaarden zonder het eigen kantoor bloot te stellen aan tuchtrechtelijke schorsing en onverzekerde financiële schade. Individuele advocaten zijn door hun verplichte kantoorhandboek (risicobeheersing onder de Regeling op de advocatuur) en hun beroepsaansprakelijkheidsverzekering (BAV-polisvoorwaarden) gedwongen een dergelijk risicoprofiel op de vrije markt te weigeren.

 

  • Publiekrechtelijke Doorbraak door Aanwijzing Deken: Juist doordat het vrije marktmechanisme door deze regelgeving structureel faalt, wordt de publiekrechtelijke waarborgfunctie van de Deken onder artikel 13 lid 1 Advocatenwet jo. artikel 6 EVRM (Airey t. Ierland en het Russische Staat-precedent van het Hof van Discipline uit juli 2022) geactiveerd. Wanneer de Deken zelf een advocaat aanwijst, geniet de aangewezen advocaat bovendien een aanzienlijk sterkere positie richting zowel de Raad voor Rechtsbijstand (conform paragraaf 1.8 van de Beleidswijzer extra uren inzake aanwijzingen ex art. 13 AW) als de tuchtrechter.

 

II.7. Contextueel Plausibiliteit Kader & Klinisch-Forensisch Tegenkader: De onderbouwing van de vordering sluit naadloos aan bij gedocumenteerde publieke precedenten van Nederlands systeemfalen, waaronder de U.S. Helsinki Commission briefing (4 oktober 2012) inzake het plotseling en onverklaarbaar stopzetten (“suddenly and inexplicably halted”) van het onderzoek naar voormalig Secretaris-Generaal van Justitie Joris Demmink, en de hoofdconclusie van het parlementaire enquête rapport “Blind voor mens en recht” (2024) inzake de Toeslagen Affaire dat alle drie de staatsmachten blind zijn geweest voor de onmenselijke behandeling van burgers en de rechtsstaat terzijde hebben geschoven. Tevens wordt de institutional gaslighting uit 2007 volledig weerlegd door het primaat van hard somatisch en toxicologisch bewijs (Dr. Smorenburg 2006; Hospital La Marina Baixa 2022), de Theory of Structural Dissociation (TSD) ten aanzien van de fobische ontkenningen van het Apparently Normal Personality (ANP) van de echtgenote, en het erkende klinische kader van C-PTSD en Betrayal Trauma (bevestigd door Dr. Joseph James in 2009).

 

III. GEFASEERDE DEELOPDRACHT (ART. 7:400 LID 2 BW JO. GEDRAGSREGEL 13) & VODA-CONFORME AANSPRAKELIJKHEID AFBAKENING

 

III.1. Rechtsgeldige Oplossing van het Aansprakelijkheidsprobleem (Art. 6.24 en 6.26 Voda): Verzoeker onderkent dat een contractuele uitsluiting van de beroepsaansprakelijkheid van de advocaat onder de Voda-ondergrens van EUR 500.000,- achterwege moet blijven wegens nietigheid en tuchtrechtelijke strafbaarheid ex artikel 6.24 en 6.26 Voda (ECLI:NL:TADRSGR:2017:238). Het aansprakelijkheids- en bewerkelijkheid probleem voor de aan te wijzen advocaat wordt in dit verzoekschrift echter volledig en rechtsgeldig opgelost door een contractuele opdracht afbakening (deelopdracht ex art. 7:400 lid 2 BW jo. Gedragsregel 13) onder een Voda-conforme BAV-limiet, strikt geclausuleerd tot FASE 1 van de juridische herstelstrategie.

 

III.2. Geclausuleerd Mandaat in Fase 1: Binnen deze rechtsgeldige deelopdracht ex art. 7:400 lid 2 BW jo. Gedragsregel 13 omvat het mandaat van de aan te wijzen advocaat in Fase 1:

 

  • PRIMAIR CIVIEL MANDAAT (Verplichte Procesvertegenwoordiging ex Art. 79 Rv): Het namens verzoeker bij de civiele kamer van de Rechtbank Den Haag instellen en voeren van een verzoekschriftprocedure tot voorlopige bewijsverrichtingen en inzage ex Art. 194-196 Rv (Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht, “inzage, tenzij”-criterium) tot declassificatie en overlegging van het bilaterale UNCAT 2017-dossier (State of America v. State of the Netherlands), het Geheime KB 1972/1973 en de ongecensureerde CTIVD-dossiers, alsmede de procesrechtelijke opvolging en betekening van de civiele vordering uit voortdurende onrechtmatige overheidsdaad tegen de Staat der Nederlanden (Art. 6:162 BW jo. Art. 3 EVRM en Art. 14 UNCAT, vordering > EUR 25.000,-), waarvoor verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat ex Art. 79 lid 2 jo. Art. 93 Rv wettelijk is voorgeschreven.

 

  • DIGITALE MIJNRVR UPLOAD (Bestuurlijke Overmacht): Het via het besloten en uitsluitend voor ingeschreven advocaten toegankelijke portaal MijnRvR formeel en digitaal indienen van het geïntegreerde Wrb-maatwerkbudget van EUR 150.000,- (Sectie V, met een beroep op paragraaf 1.8 van de Beleidswijzer extra uren) bij de Raad voor Rechtsbijstand en de Minister van Justitie en Veiligheid.

 

  • CONNEXE BESTUURSRECHTELIJKE PROCESVERTEGENWOORDIGING (Art. 94 Gw jo. Airey): Het overnemen van de connexe procesvertegenwoordiging in de aanhangige bestuursrechtelijke beroepszaak tegen het Schadefonds Geweldsmisdrijven bij de Rechtbank Den Haag (Afdeling Bestuursrecht, Team 2, zaak SGR 26/3092 BESLU), waarin de vier incidentele bewijs verzoeken ex Art. 8:42 jo. 8:45 jo. 8:31 Awb voorliggen en waarin op grond van HR 10 april 2026 (ECLI:NL:HR:2026:571) het achterhouden van op de zaak betrekking hebbende stukken direct ten nadele van het bestuursorgaan strekt.

 

  • PROCESRECHTELIJKE OVERNAME UNCAT & EHRM-ESCALATIE: De procesrechtelijke overname en coördinatie van de twee actieve UNCAT-procedures (WUR/25656 t.o.v. Nederland & ID WUR33438 t.o.v. Spanje) en de dwingende escalatie/doorgeleiding naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM te Straatsburg) bij verdere statelijke obstructie.

 

IV. DE DIGITALE BEWIJSKLUIS (EVIDENCE VAULT), VIJF PRIMAIRE BRONSTUKKEN & DEONTOLOGISCHE AI-WAARBORG

 

IV.1. Formele Verwijzing naar het Digitale Bewijsdossier (URL-Inzage): In aanvulling op de eerdere stukken uit 2025 is na 18 november 2025 het volledige en geconsolideerde digitale bewijsdossier openbaar en ter stonde raadpleegbaar gemaakt via de geconsolideerde openbare link:

 

Evidence (Bewijzen) Vault The Smedema Case!

 

Omdat de omvang van deze originele stukken te groot is om als fysieke bijlagen te voegen, wordt hiermee voldaan aan de stel- en substantiëringsplicht door de kern hieronder in te voegen en het volledige dossier via voormelde Link/URL ter stonde digitaal ter beschikking te stellen aan de Deken en de aan te wijzen advocaat.

 

IV.2. De Vijf Primaire, Analoog en Digitaal Verifieerbare Brondocumenten voor Fase 1: Conform het recente precedent van het Hof van Discipline van 22 juni 2026 (ECLI:NL:TAHVD:2026:185) hoeft de aan te wijzen advocaat zich in Fase 1 uitsluitend te baseren op de volgende vijf primaire, analoog en digitaal verifieerbare brondocumenten in de Evidence Vault (naast het historische Frankfurt Dossier uit 1983 van Capt. Al Rust):

 

  1. Audio-opname Rechercheur Haye Bruinsma (2 augustus 2004): Originele audio-opname waarin rechercheur Haye Bruinsma expliciet bekent dat het hem door het Ministerie van Justitie strikt verboden was een proces-verbaal op te maken (Bijlage 15 / Annex 1), jo. de schriftelijke instemmingsverklaring van W. Smedema-Jansma d.d. 11 april 2005 (Annex 13).

 

  1. Urologisch Rapport Dr. S. Smorenburg (19 januari 2006): Medisch onderzoeksrapport met objectieve vaststelling van een 7 cm perineaal litteken en zaadleider-gap (fysieke sterilisatie 1972, Bijlage 4).

 

  1. Toxicologisch Rapport Hospital La Marina Baixa (24 maart 2022): Officieel toxicologisch laboratoriumonderzoek met vaststelling van heimelijke Risperdal-toediening vermomd als 100 mg baby-aspirine.

 

  1. Vonnis US Federal Immigration Court Miami – Judge Rex J. Ford (2009): Asieluitspraak (Case A087-402-454) na zeven maanden FBI/CIA-onderzoek met vaststelling van 5 asielgronden, alsmede de klinische evaluatie van Dr. Joseph James die de waanhypothese formeel heeft verworpen.

 

  1. Het CTIVD-Klachtbesluit (13 april 2026): Het officiële schriftelijke besluit van mw. Addie Stehouwer (Voorzitter Afdeling Klachtbehandeling CTIVD) d.d. 13 april 2026 dat de uitputting van de nationale toezichtsroute en de activering van het wettelijk vernietigingsverbod (Wiv 2017) bewijst.

 

IV.3. Formeel Bewijsaanbod ter Inzage (Art. 8:42 Awb / Art. 150 en 194 Rv): Verzoeker biedt de Deken en de aan te wijzen advocaat uitdrukkelijk aan om alle originele geluidsopnamen, medische laboratoriumuitslagen, rechtbanktranscripten en toxicologische rapporten ter stonde digitaal in te zien via voormelde geconsolideerde URL, dan wel op eerste verzoek op een beveiligde gegevensdrager te verstrekken.

 

IV.4. Expliciete Deontologische Waarborg inzake AI-Richtlijnen (NOvA December 2025 & CGAE Circular 3/2026): Om bij voorbaat elke terughoudendheid bij de Deken Den Haag of de aan te wijzen advocaat weg te nemen omtrent mogelijke AI-hallucinaties, prompt confirmation bias of naleving van de NOvA-richtlijn (december 2025) en de Spaanse CGAE Circular 3/2026, legt verzoeker hierbij formeel en onvoorwaardelijk vast:

 

  • De aan te wijzen advocaat hoeft geen enkel door AI gegenereerd of ondersteund conceptstuk ongecontroleerd in te dienen en behoudt te allen tijde de volledige regie als dominus litis (Gedragsregel 1 en 13) om uitsluitend eigen processtukken op te stellen (geen postbusadvocaat ex ECLI:NL:TAHVD:2018:100).

 

  • De aan te wijzen advocaat hoeft in Fase 1 geen 54 jaar aan secundaire stukken te verifiëren, maar kan de bewijs- en inzagevordering ex Art. 194–196 Rv volledig en zelfstandig funderen op de vijf hierboven genoemde primaire, analoog en digitaal verifieerbare brondocumenten (Bruinsma, Smorenburg, Marina Baixa, Judge Rex J. Ford en het CTIVD-besluit van 13 april 2026), exact conform de maatstaf van het Hof van Discipline van 22 juni 2026 (ECLI:NL:TAHVD:2026:185).

 

V. GEÏNTEGREERDE FINANCIËLE GARANTIE (SAMENVATTING WRB-MAATWERKVERZOEK & PAR. 1.8 BELEIDSWIJZER EXTRA UREN)

 

Teneinde de aan te wijzen advocaat en de Deken vooraf volledige financiële zekerheid te bieden, is in dit verzoekschrift de kern van het Wrb-maatwerkverzoek rechtstreeks geïntegreerd. Doordat het digitale portaal (MijnRvR) voor burgers is afgesloten, bevindt verzoeker zich in een staat van bestuurlijke overmacht (Force Majeure). De door de Deken aan te wijzen advocaat hoeft deze voldragen aanspraak slechts via het besloten portaal in te dienen. De financiële waarborgen omvatten:

 

  1. Geborgd Projectbudget EUR 150.000,-, Tussentijdse Bevoorschotting & Paragraaf 1.8 Beleidswijzer Extra Uren (Art. 28 lid 3 jo. Art. 37 Wrb jo. Bvr 2000): Directe aanvraag voor een gefaseerd project budget voor Fase 1 van EUR 150.000,- voor een extreem bewerkelijke zaak op grond van Art. 28 lid 3 jo. Art. 37 lid 5 Wrb jo. Art. 13 en Art. 22-24 Bvr 2000 (toeslag bijzondere bewerkelijkheid en extra uren) jo. het evenredigheidsbeginsel van Art. 3:4 lid 2 Awb, inclusief periodieke tussentijdse declaratie faciliteiten van toegekende extra uren ex Art. 22-24 Bvr 2000, kosten voorschotten ex Art. 32 Bvr 2000 en een maatwerk-voorschotbeschikking onder de positieve verplichtingen van Art. 6 EVRM. Ingevolge paragraaf 1.8 van de Beleidswijzer extra uren van de Raad voor Rechtsbijstand (inzake aanwijzingen ex art. 13 AW) verkeert de door de Deken aangewezen advocaat in een aanzienlijk sterkere rechtspositie om deze urentoekenning en bevoorschotting voor Fase 1 direct gehonoreerd te krijgen dan een vrijgevestigde advocaat zonder formele aanwijzing. Dit budget dekt alle benodigde advocaten uren door doorbreking van de reguliere toevoeging forfaits wegens extreme dossier complexiteit en door de Staat gecreëerde bewijsnood.

 

  1. Demmink-Benchmark & Equality of Arms (Art. 6 EVRM / Art. 1 Grondwet): Rechtstreekse aanspraak op een gelijkwaardig procedeer budget op grond van het verdragsrechtelijke Equality of Arms-beginsel. De Nederlandse Staat financierde meer dan EUR 172.000,- (oplopend tot > EUR 250.000,-) aan private advocaatkosten voor (betrokken) voormalig Secretaris-Generaal Joris Demmink (ex Art. 69 ARAR). Het gelijkheidsbeginsel vereist dat de Staat via de Raad voor Rechtsbijstand en het Ministerie van Justitie en Veiligheid een gelijkwaardige financiële faciliteit beschikbaar stelt voor het slachtoffer.

 

VI. FORMEEL PETITUM

 

Gelet op het voorgaande wendt verzoeker zich formeel tot de Deken van de Orde van Advocaten in het Arrondissement Den Haag met het verzoek om:

  1. PRIMAIR (Dwingende Aanwijzing Fase 1 als Deelopdracht ex Art. 13 lid 1 AW jo. Art. 7:400 lid 2 BW): Met de meeste spoed een gespecialiseerde advocaat in het arrondissement Den Haag aan te wijzen op grond van Artikel 13 lid 1 AW (jo. Art. 94 Grondwet, Art. 6 en 13 EVRM, Art. 47 EU-Handvest en Art. 12-14 UNCAT) onder een rechtsgeldige contractuele opdracht afbakening (deelopdracht ex art. 7:400 lid 2 BW jo. Gedragsregel 13 en onder een Voda-conforme BAV-limiet ex art. 6.24 en 6.26 Voda) voor FASE 1 van de rechtsbijstand, gebaseerd op de vijf primaire verifieerbare brondocumenten conform ECLI:NL:TAHVD:2026:185:

 

 

  1. (a) het instellen van de civiele verzoekschriftprocedure tot voorlopige bewijsverrichtingen en inzage ex Art. 194-196 Rv en de dwingende procesrechtelijke opvolging van de reeds aan de Staat verzonden civiele aansprakelijkheidsstelling uit voortdurende onrechtmatige overheidsdaad bij de Rechtbank Den Haag (verplichte procesvertegenwoordiging ex Art. 79 Rv);

 

  1. (b) de digitale MijnRvR-upload van het geïntegreerde Wrb-maatwerkbudget van EUR 150.000,- met inroeping van paragraaf 1.8 van de Beleidswijzer extra uren inzake aanwijzingen ex art. 13 AW;

 

  1. (c) de connexe procesvertegenwoordiging in de bestuursrechtelijke zaak SGR 26/3092 BESLU bij de Rechtbank Den Haag; en

 

  1. (d) de procesrechtelijke overname en coördinatie van de twee actieve UNCAT-procedures (WUR/25656 & ID WUR33438) met verplichte doorgeleiding naar het EHRM te Straatsburg.

 

  1. SUBSIDIAIR (Beschikking binnen 14 Dagen ex Art. 13 lid 2 AW): Indien de Deken meent het verzoek geheel of gedeeltelijk te moeten afwijzen, gelet op het acute spoedeisend belang van de lopende rechtbank termijnen in zaak SGR 26/3092 BESLU uiterlijk binnen 14 dagen na heden een voor beklag vatbare, schriftelijke en gemotiveerde beschikking ex Artikel 13 lid 2 AW af te geven.

 

  1. AANKONDIGING BEKLAG & RECHTSMIDDELEN (Art. 13 lid 3 AW): Tegen een afwijzende beschikking zal onverwijld beklag worden ingesteld bij het Hof van Discipline ex Artikel 13 lid 3 AW (waarbij de mensenrechtelijke doorbreking, het deontologische marktfalen en alle opgekomen nova uit 2026 aan de tuchtrechter zullen worden voorgelegd). Bij het uitblijven van een tijdige beslissing binnen de gestelde spoedtermijn van 14 dagen zal direct een formele ingebrekestelling/dekenklacht volgen en om tussenkomst van de voorzitter van het Hof van Discipline c.q. de voorzieningenrechter worden verzocht wegens ontoelaatbare rechtsweigering onder Artikel 6 en 13 EVRM.

 

Hoogachtend,

 

Ing. Hans Smedema B.Sc.

 

Rechtzoekende in persoon (pro se) | Slachtoffer van Transnationale Staatsschendingen

 

Residerend te L’Alfàs del Pi (Alicante), Spanje | E-mail: [email protected]

 

Published by

Hans Smedema

High level Dutch man(Rotary member) who became the victim of an unbelievable conspiracy set up by a criminal organisation of rapist inside the Ministry of Justice. Making me De Facto Stateless! Now fighting for 24 years but the Dutch government and specific corrupt King refuse to open an investigation to protect themselves! America investigated after my asylum request and started an UNCAT or special procedure in 2017. View all posts by Hans Smedema